• Francisca Flinterman

Wat als…?

‘Ik had wel duizend levens en ik nam er maar één.’ Een dichtregel van Cees Nooteboom, die ik laatst in een artikel tegenkwam. Ik zag in gedachten mijn levensweg kronkelen met duizend zijpaden, duizend niet geleefde alternatieve levens, afgesneden door keuzes die ik op cruciale momenten had gemaakt. Heel af en toe vang ik een glimp op van zo’n alternatief leven dat het mijne had kunnen zijn. Dat overkwam mij op een zondagochtend toen ik met mijn ex in Almere wandelde, in het Homeruskwartier.


Ruim 12 jaar geleden hadden wij vergevorderde plannen om daar een huis te bouwen. We waren met ons jonge gezinnetje uit ons appartement op drie hoog in Amsterdam gegroeid en moesten op zoek naar iets groters. Kennissen van ons hadden een prachtig herenhuis van stro op IJburg gebouwd en wilden ons graag helpen ook iets dergelijks te ondernemen. IJburg was voor ons onbetaalbaar maar het Homeruskwartier in Almere Poort bood wel mogelijkheden. Het zou een wijk worden met zelfbouwprojecten langs cirkelvormige grachten rondom een klein centrum. Een eigentijdse variant van een mini-Amsterdam, zo zag ik het voor me. We gingen naar informatieavonden, verdiepten ons in wat er allemaal komt kijken bij zelfbouw, en reserveerden het maximum aantal kavels voor de bouw van een herenhuis aan de buitensingel. Als we het huis in de breedte bouwen, redeneerde ik, hebben we dezelfde bouwkosten als bij een minder breed en dieper huis, maar dan wel met een heel grote tuin. We tekenden en rekenden en ik fantaseerde er op los. Het zou ons droomhuis worden. Duurzaam, met veel oude materialen, helemaal naar onze wens vormgegeven en met een klein parkje als achtertuin.

Het ging uiteindelijk niet door. Mijn man zag het bij nader inzien toch niet zitten. We konden immers voor minder geld en met veel minder moeite een minstens zo groot huis elders in Almere kopen? Op een zondagmiddag bij mijn ouders thuis ging ik overstag en besloten we de bouwplannen te staken, de kavelreservering te annuleren en een kant en klaar huis te gaan zoeken. Het werd uiteindelijk een fijn huis in Weesp.


En nu, ruim een decennium later, liepen we in het Homeruskwartier om te kijken hoe de wijk eruit was komen te zien en wat er van ‘onze’ kavels geworden was. We vonden de plek terug. Er stonden nu twee huizen, een smal, hoog en strak wit huis en een veel breder en wat speelser huis van lichte baksteen en met kantelen. Het 'kasteel' stond zelfs te koop. Ik gluurde naar binnen. Het had een ruime en hoge entree met een glaswand, waardoor je zo de keuken inkeek. Alles was groot en licht, een beetje steriel; geen verdwaald kopje of bordje te vinden. Zou er wel iemand wonen? Het was alsof ons werd aangeboden er alsnog te gaan wonen. We keken meteen even op Funda: het moest ruim zeven ton opbrengen!


We wandelden nog een beetje rond in de buurt en de gedachte drong zich aan mij op: Hoe zou mijn leven eruit gezien hebben als we op die ene zondagmiddag niet de stekker eruit hadden getrokken maar doorgegaan waren met onze bouwplannen? Zou het ons gelukt zijn? Mezelf kennende ben ik daar van overtuigd. Anderen was het toch ook gelukt? Zouden we er gelukkig geweest zijn? Geen idee. Onze jongens zouden opgegroeid zijn in Almere en nu waarschijnlijk daar op een middelbare school zitten in plaats van in het Gooi. En een voor mij nog veel belangrijker vraag was: zouden we dan ook gescheiden zijn? Als we daar waren gaan wonen, had ik niet de Weesper ontmoet die ons huwelijk zo op de proef stelde. Maar wellicht was er dan een ander geweest die de vinger op de zere plek in ons huwelijk had gelegd. We spraken er even over maar kwamen tot de conclusie dat we allebei, ondanks alles, blij waren dat we in Weesp terecht gekomen waren.


De ‘Wat als?’ vraag dringt zich soms ook aan me op als ik jonge vrouwen van het leven zie genieten. Mijn jonge jaren hebben er zo heel anders uitgezien. Ik heb me vaak afgevraagd hoe mijn leven eruit gezien zou hebben als ik niet in een sekte was geboren. Waarschijnlijk was ik gewoon al op mijn 18e gaan studeren, wiskunde of scheikunde, om vervolgens in de wetenschap of het bedrijfsleven carrière te maken. Mogelijk had ik daarnaast flink van het (studenten)leven genoten, veel gefeest en gedanst met vrienden. De behoefte om af en toe uit mijn dak te gaan is nog steeds rudimentair aanwezig. En ik verwacht dat ik ook getrouwd geweest was, al zou dat vast met een ander geweest zijn. Dan hadden mijn mooie jongens niet bestaan.


Het is leuk om te fantaseren over de mogelijke levens die je niet geleefd hebt. Het vraagt reflectie op wat echt authentiek bij jou hoort en wat door je omgeving en opvoeding bepaald is, de bekende nature-nurture discussie. Maar ook reflectie op welke keuzes je daadwerkelijk bewust hebt gemaakt. Waar ligt de grens tussen keuze en toeval, tussen vrije wil en determinatie? En in het licht van mijn vorige blog wordt deze discussie nog weer anders. Dan zijn de keuzes al veel eerder gemaakt.


Voor mij blijft staan dat ik blij ben met mijn huidige leven. Mijn worstelingen en mijn zoektocht hebben mij op een pad doen terechtkomen, dat ik niet had willen missen maar dat ik waarschijnlijk niet had gevonden als ik anders was opgegroeid. Zou ik bijvoorbeeld ooit aan de opleiding Spiritualiteit en Zingeving zijn begonnen? Ik vraag het me af…

21 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven