top of page

Broeder Wolf

Foto van schrijver: Francisca Flinterman
Francisca Flinterman
3 dagen geleden
3 minuten om te lezen

Eind september liep ik er weer, door het mooie landschap van Umbrië, in de voetsporen van Franciscus van Assisi. Ik laafde me aan alle verhalen en legenden die over deze inspirerende man de ronde doen. We herdachten zijn Transitus, zijn overgaan van het aardse naar het hemelse paradijs, 800 jaar geleden, terwijl we zingend door de nacht naar de basiliek liepen. En we wensten elkaar Pace e bene, vrede en alle goeds, de vredeswens van Franciscus aan ieder die zijn pad kruiste. Een wens die ik letterlijk mee naar huis nam, om uit te delen aan geliefden.


Nog met de klanken van zijn Zonnelied in hoofd en hart, luisterde ik deze week de Abel Herzberglezing terug, die Alicja Gescinska op 27 september uitsprak. Wat een contrast! Gescinska laat de hand van een in 2022 in Boetsja doodgeschoten Oekraïense vrouw vertellen wat haar is overkomen en wat ze heeft gezien. In niet mis te verstane woorden betoogt Gescinska dat wreedheid onderdeel is van het menszijn en dat we daar niet van weg mogen kijken. Homo homini lupus: de mens is de mens een wolf. Een oud Latijns gezegde, van vóór onze jaartelling.


Ik werd er bijna misselijk van. Ik ben zo'n wegkijker. Niet dat ik het nieuws echt mijd; ik kijk de verkorte versie, met minder details en minder beelden. Genoeg om kennis te nemen, niet genoeg om te voelen. En dan nog voel ik me er soms zo machteloos door dat ik overweeg helemaal niet meer te kijken. Ik voelde me een beetje betrapt en schuldig.


Op 28 september, een dag na Gescinska's lezing, waarover ik toen nog niets wist, stond ik in Gubbio, een klein middeleeuws stadje in Umbrië. Gubbio is onder meer bekend van de ontmoeting tussen Franciscus en de wolf. Er was, zo wil het verhaal, een wolf die Gubbio onveilig maakte. Hongerig viel hij kuddes en inwoners aan. De mensen vroegen Franciscus om hulp. Die riep het dier streng tot de orde. Maar hij richtte zich ook tot de mensen van Gubbio: hij liet hen beloven voor de wolf te zorgen, zodat die geen honger meer zou lijden. Zo geschiedde, en de rust keerde weer. Nog altijd wordt de legende van Franciscus en de wolf geëerd in talloze standbeelden en afbeeldingen.


Franciscus onderhandelde succesvol met ‘broeder wolf’. Het is wat veel pacifisten in oorlogssituaties zeggen: onderhandel, ga de dialoog aan. Maar de wolf handelde uit honger, uit lijfsbehoud. Dat ligt bij oorlogssituaties ingewikkelder. Kan en moet je met een gewetenloze agressor onderhandelen? Het is, zo fulmineert Gescinska, pacifisme vanuit de luie stoel en ze noemt het de pacifismeparadox: wie geweldloosheid predikt tegenover een geweldenaar, biedt de geweldenaar de ruimte om geweld te plegen.


Wat een ingewikkelde boodschap. Ik dacht min of meer pacifist te zijn. Heb zelf wel eens gedacht: als we allemaal mediterend liefde sturen naar Poetin en andere agressoren, maken we de wereld misschien een beetje vrediger. De kracht van gedachten, de kracht van meditatie. Maar is dat zo? Volgens Gescinska ontstaat vrede niet vanzelf door lief te zijn en de juiste woorden te gebruiken. Ook zij stelt vrede als hoogste doel, maar zonder geweld als noodzakelijke verdediging uit te sluiten. Ze pleit voor vrede als activiteit, niet als toestand.


Misschien moet ik mijn ideeën bijstellen. En dat vind ik nog het lastigst: de acceptatie dat wreedheid, zelfs het genieten van wreedheid, onderdeel is van het menszijn. Het wringt met mijn overtuiging dat de mens van nature goed is, met mijn neiging altijd alles en iedereen te willen begrijpen. Is dat naïviteit? Lafheid? Dat mensen tot gruwelijke dingen in staat zijn, zal ik niet ontkennen. Maar maakt dat hen ook wreed als wezen?


Er is ook een andere kant. Tegenover homo homini lupus zet Gescinska, in navolging van Abel Herzberg, homo homini homo: de mens is de mens een mens. Herzberg liet zien dat in de meest onmenselijke omstandigheden nog altijd ergens de vlam van menselijkheid, van liefde, brandt, krachtig genoeg om de hoop niet te verliezen. Wie vrede wil, moet die vlam in zichzelf koesteren en doorgeven. Niet om dan vervolgens achterover te leunen. Die vredesvlam moet ons aanzetten tot actie, tot verzet tegen onrecht en onvrijheid, elke dag opnieuw.


En dat begint in onszelf. De wolf woont niet buiten de stadsmuren, zoals in Gubbio. Hij woont in ons. Maar in ons woont ook een lam. Vrede begint met beide onder ogen zien: de wolf en het lam, in de wereld en in jezelf.


Overigens was Franciscus allesbehalve een pacifist vanuit een luie stoel. Hij had niet eens een stoel, laat staan een luie. Zo trok hij in 1219 vanuit het kruisvaarderskamp in Egypte, ongewapend en, naar men zegt, op blote voeten, naar het vijandelijke kamp omdat hij met de sultan wilde spreken. Hun gesprek maakte geen einde aan de oorlog, maar Franciscus stelde wel een daad die tot op de dag van vandaag indruk maakt. Pace e bene, maar dan met blaren op je voeten.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page