top of page

Hopeloos kuddedier

  • Foto van schrijver: Francisca Flinterman
    Francisca Flinterman
  • 5 jul
  • 3 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 5 jul

Het beloofde een wat saaie zondagmiddag te worden. Grijs weer, geen afspraken en weinig energie. Een beetje verveeld pakte ik een klein boekje dat ik laatst tweedehands gekocht had. Het Grote Niets, van Rosanne Hertzberger. De titel had me aangesproken en de ondertitel – Waarom we te veel vertrouwen hebben in de wetenschap – beloofde een betoog waar ik redelijk mee bekend was.


Ik ben zelf afkomstig uit de exacte wetenschap, met ruim tien jaar werkervaring in diverse laboratoria. De eerste dertig jaar van mijn leven had ik er geen twijfels over: de wetenschap onderzoekt hoe ‘de werkelijkheid’ in elkaar zit, met behulp van objectieve methodieken, en nadert steeds dichter ‘de waarheid’. Tot ik halverwege de jaren ’90 bekend raakte met het werk van wetenschapsfilosofen en -sociologen als Thomas Kuhn, Bruno Latour en Thomas Nickels. Wat een eyeopener was dat! Zij lieten me de wetenschap met totaal andere ogen bekijken. Wetenschappelijke feiten leken niet langer objectieve ontdekkingen, maar constructies die tot stand komen in ingewikkelde sociale processen. Natuurlijk hebben we heel veel aan de wetenschap te danken, maar wetenschappelijke kennis is vaak ook tijdelijk, beperkt en allesbehalve neutraal. Tot zover niets nieuws.


Maar Rosanne start niet met een algemeen filosofische verhandeling. Nee, ze valt met de deur in huis en begint over meditatie en mindfulness. Technieken die in onze individualistische westerse wereld een enorme opmars maken. Ze ontleedt hoe zelfs in vooraanstaande wetenschappelijke tijdschriften gepubliceerde onderzoeken die de effectiviteit ervan aantonen, rammelen. Gebrek aan goede controles, selectief gepresenteerde resultaten en onderzoekers die zelf erg in die effectiviteit geloven of er op z’n minst baat bij hebben. Enorm gebiased dus. Ze laat er geen spaander van heel.


Overeindstaande nekharen maar ook schaamrood op mijn kaken. Heel recent had ik een van die onderzoeken nog aangehaald om mijn zoon te overtuigen van de effectiviteit van meditatie! En hoe geweldig vond ik het dat Joe Dispenza zijn theorieën over onze gedachtenkracht onderbouwt met neurowetenschappelijke verklaringen en experimenten. Hier moest Rosanne van afblijven. Maar tegelijkertijd wist ik dat ze gelijk heeft. Hoe kan het dat ik wel genuanceerd kritisch ben op de ‘harde’ wetenschap, maar in deze zaken blindelings vertrouw op wat men mij voorschotelt? Omdat ik gewoon te graag wil dat het waar is.


Gelukkig: wat we nog niet weten en wat nog niet ‘bewezen’ is, kan nog ontdekt worden. Ter relativering wijst Rosanne erop dat Francis Bacon, een van de grondleggers van de wetenschappelijke methode, Copernicus’ z’n bevinding dat de aarde om de zon draait, als onzin afdeed. Dus misschien blijkt uiteindelijk haar kritiek op de hype rond meditatie en mindfulness wel onterecht. Wie weet.


Moet ik dan alle spiritualiteit, alle ‘niet harde’ kennis tot nader order overboord gooien? Dan wordt het leven wel heel kaal en zinloos. Nee, helemaal niet, zegt Rosanne. Maar haal de wetenschap er niet bij. Waarom niet vertrouwen op innerlijke kennis? Of gewoon iets geloven?


Met een glimlach deed ik haar boekje dicht. Hoewel ik lang anders heb gedacht, weet ik dat ik een allesbehalve rationeel wezen ben. Ik laat me meeslepen door mijn emoties en verlangens. De ratio komt pas in tweede instantie om de hoek kijken, als ik iets wil beargumenteren. Mensen die ik bewonder, ben ik geneigd om kritiekloos te geloven. En wat geloof ik graag in spirituele zaken! Hoe fijn als dat geloof ook nog door wetenschappelijk bewijs ondersteund wordt.


Maar dat laatste hoeft dus niet. Laat ik omarmen dat ik, in Rosannes woorden, ‘een hopeloos kuddedier, tot in mijn tenen onredelijk en dol op rituelen en theater’ ben.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page