top of page

De pij van Franciscus

  • Foto van schrijver: Francisca Flinterman
    Francisca Flinterman
  • 22 uur geleden
  • 3 minuten om te lezen

Daar ligt hij: de pij die Franciscus droeg. Als een museumstuk uitgespreid in een vitrine in de Basilica Maggiore van La Verna, een franciscaans kloostercomplex hoog in de Toscaanse Apennijnen. Mijn vriendin en ik staan ernaar te kijken en kunnen het bijna niet geloven: in dit simpele gewaad liep hij meermalen dezelfde route als wij gisteren. En wat hadden wij geploeterd: een enorme klim in de stromende regen. Franciscus zal ook niet altijd mooi weer gehad hebben, maar hij had geen bergschoenen zoals wij, geen poncho en geen goede wandelstokken.


Franciscus zou deze pij gedragen hebben toen hij in 1224 tijdens een visioen de stigmata ontving: de kruiswonden van Jezus in en op zijn eigen lichaam. Voor katholieken iets heel heiligs, een echt godswonder. Het gebeurde hier op La Verna, na een wekenlange periode van afzondering, bidden en vasten.


Diezelfde middag lopen we mee met de dagelijkse processie van La Verna, van de basiliek naar de Cappella delle Stimmate, de kapel die gebouwd is op de plek waar het wonder plaatsvond. Samen met een enorme menigte gelovigen volgen we de minderbroeders (franciscaanse monniken). De processie gaat door Il Corridoio delle Stigmate, de overdekte gang die beide kerken verbindt. Op de muur fresco’s over Franciscus’ leven, geschilderd door Baccio Maria Bacci. Veel verhalen herken ik van Giotto’s fresco’s in Assisi.


Met name die van Franciscus’ roeping in San Damiano raakt me. Ik zie een jonge, zoekende man, geknield voor een kruisbeeld, luisterend naar de stem die hem zijn levensopdracht meedeelt. Ik kijk naar de minderbroeders die voorop lopen. Jonge mannen, allemaal anders, uit alle hoeken van de wereld. Ook zij voelen zich geroepen, en onderwerpen zichzelf aan een regiem van armoede, gehoorzaamheid en kuisheid. Ik voel me er wat ongemakkelijk bij.


Onderweg lopen we langs de grot die de naam 'bed van Franciscus' draagt. Hier in het duister, op deze kale koude rotsen, zou hij geslapen hebben. Volgens de verhalen had hij zich hier teruggetrokken, verdrietig en teleurgesteld omdat zijn volgelingen niet radicaal genoeg waren. Hij zocht doelbewust de meest barre omstandigheden op, om boete te doen en zich van alle aardse luxe te ontdoen.


De stigmatakapel aan het eind van de gang is gebouwd op de plek waar hij bad en mediteerde. De precieze plek van het wonder is gemarkeerd met een plakkaat in de vloer. Veel gelovigen knielen er even bij neer. Ik voel me een beetje een indringer, maar ben ook gefascineerd. Het verhaal van de stigmata blijft onwerkelijk. Was het inderdaad een godswonder, een inmenging van ‘boven’? Of was zijn verlangen om één te worden met Jezus’ lijden zo sterk dat zijn lichaam daaraan gehoorzaamde? Ik weet het niet. En komen psychisch lijden en spirituele ervaringen soms niet dicht bij elkaar in de buurt?


Na een korte mis in de Stigmatakapel keren we terug, ‘Ora pro nobis’ zingend: ‘Bid voor ons’. Tot wie we ons richten ontgaat me. Tot Franciscus? Maar hoe past Franciscus’ hang naar armoede en nederigheid bij al deze verering?


Waar het hele kloostercomplex met alles wat rondom Franciscus is ontstaan me opmerkelijk weinig doet, ontroert de man zelf me enorm. Zijn onvermoeibare verlangen om het goede te doen - armoede, gehoorzaamheid en zuiverheid. En dan die voortdurende angst dat het niet genoeg was. Wat een menselijk geworstel! Het raakt me diep.


Maar ik ben blij dat ik weet dat hij ook een blije, zonnige kant had. Dat hij zong en danste. En zoveel hield van de schepping.

 
 
 

Recente blogposts

Alles weergeven

Opmerkingen


bottom of page