De os en de ezel
- Francisca Flinterman
- 16 dec 2025
- 3 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 30 dec 2025
Hij staat er weer, mijn kerststalletje. Elk jaar, zodra Sinterklaas het land uit is, haal ik de kerstspullen van zolder en hul ik mijn woonkamer in kerstsfeer. En daar hoort een kerststalletje bij. Een stalletje dat ooit voor mij symbool stond voor een nieuwe vorm van kerst vieren.
Met zorg plaats ik Jozef, Maria en de engel in de stal. Zal ik het kindje Jezus er ook al in leggen of wachten tot kerstnacht? Ach, ik ben geen katholiek, dus Jezus mag er al gezellig bij. Dan de os en de ezel, gebroederlijk naast elkaar, ook in de stal. Geheel in navolging van Franciscus, zoals ik sinds deze zomer weet.
Franciscus was min of meer de uitvinder van het fenomeen kerststal. Hij wilde het kerstverhaal zo realistisch mogelijk uitbeelden voor de ongeletterde bezoekers van een kerstnachtmis in de open lucht. Daarom maakte hij in een grot bij Greccio een kerststal met levende figuren en een echte voederbak als kribbe. En volgens de overlevering zette hij daar een os en een ezel bij. Hoe leuk is het dat ik, ruim achthonderd jaar later, zijn begonnen traditie voortzet. Het geeft een extra betekenislaag aan het oude stalletje.
āMam, jij hebt een Ć©chte kerststal, hĆØ?ā vroeg mijn oudste zoon laatst, met iets van bewondering in zijn stem. Ik moest een beetje lachen. Hij weet niet beter of dat stalletje is er altijd al geweest. Voor hem is het heel authentiek. Het ziet er eerlijk gezegd ook wel zo uit: het stalletje zelf is van hout en de beeldengroep is van aardewerk, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Het is gewoon een massaproduct. Ik kocht het voor twee gulden negenennegentig bij de Wibra in Capelle aan den IJssel. In december 1993, mijn eerste kerst nadat de sekte waarin ik opgroeide uit elkaar was gevallen.
Ik wist dat jaar eigenlijk niet zo goed wat ik moest vieren, maar wilde in ieder geval wel kerstsfeer in mijn nog maar net betrokken huisje. Ik kocht een boom, hing die vol ballen en kleine teddybeertjes en zette er dus een romantisch kerststalletje onder.
Allemaal items die in het verleden verboden waren. In mijn hoofd gonsde het: āKerst is geen kerstbomenfeest; kerstbomen komen voort uit een heidense traditie.ā āVan God of Jezus zult gij geen gesneden beelden maken.ā Maar ook: āJij en je hang naar teddyberen. Dat komt omdat je niet volwassen wilt worden. Je wilt kind blijven.ā Stemmen uit mijn verleden waar ik niet meer naar wilde luisteren.
āDit jaar vier ik geen kerstmis, dit jaar vier ik X-mas,ā zei ik tegen iedereen die het wilde horen. Ik wilde wel de kerstsfeer, maar vooral geen christelijke gedachten. Grappig dat ik wel het Christuskind onder al die wereldse dingen had gelegd. Misschien liet dat wat ik los wilde laten, mij wel niet los.
Nu, ruim dertig jaar later, heb ik rust gevonden in hoe ik met kerst omga. Ieder jaar tuig ik met zorg mijn boom op, nog steeds met een paar teddybeertjes van toen, en formeer ik mijn kerstgroepje in hun stal. Met de os en de ezel als stille getuigen.
En hoewel ik zelden meer naar de kerk ga, bezoek ik elk jaar op kerstavond met mijn gezin de kerstnachtdienst. Om toch weer even onderdeel te zijn van die oude traditie. Dan zing ik uit volle borst Stille Nacht, Heilige NachtĀ en luister naar dat klassieke kerstverhaal ā een verhaal vol belofte, van onschuld, liefde en licht. En van: āvrede op aardeā.
Moge het zo zijnā¦



Opmerkingen