top of page

Karrensporen

  • Foto van schrijver: Francisca Flinterman
    Francisca Flinterman
  • 2 jun
  • 3 minuten om te lezen

Beladen Huis van Christien Brinkgreve. Ik leende het van een lieve vriendin en las het in één ruk uit. Wat een meeslepend en eerlijk boek! En wat veel herkenning! Ik herkende me niet zozeer in haar dominante en getraumatiseerde man, maar vooral in haar eigen gedrag. Haar verlangen om als werkende vrouw toch vooral ook een goede moeder te zijn, haar streven het iedereen naar de zin te maken, en misschien nog wel het meest: haar neiging zichzelf kleiner te maken.


Uit recensies blijkt dat veel vrouwen zichzelf herkennen in haar boek. Nog altijd, ik ben net wat jonger dan Christien, worden wij vrouwen meegevoerd in de ‘karrensporen van het patriarchaat’ zoals Christien dat noemt, in diep ingesleten gedragspatronen. En dan heb ik het niet over zichtbare ongelijkheden, zoals de taakverdeling in huis of kansen binnen onderwijs of werk, hoewel die er ook nog altijd zijn. Het gaat om iets weerbarstigers dan het om beurten koken of de kinderen ophalen.


Hoe diep die patronen bij mij ingesleten zijn, merk ik als ik op datingapps rondkijk: los van uitstraling en interesses, zoek ik een partner die minstens even hoog is opgeleid (en het liefst iets slimmer of wijzer is) dan ik. En het is fijn als hij ook fysiek langer, zwaarder en sterker is. Ouder zijn hoeft niet per se, maar ik ga er onbewust van uit dat de meeste mannen (vanuit hetzelfde patroon) niet op een oudere vrouw zitten te wachten.


Ik heb het geluk (of is het geen geluk?) een slimme, hoogopgeleide vrouw te zijn. Dat heb ik met Christien gemeen. Maar in relaties vond ik dat niet altijd even makkelijk. Ik wilde niet steeds degene zijn die altijd als eerste begreep hoe een en ander in elkaar zat, die standaard met een inzichtspelletje won, of die, als de ander trots iets liet zien, direct zag waar het beter kon. En mijn reactie was dan ook vaak: me bewust iets dommer voordoen dan ik ben. Mijn woorden inslikken. Wachten tot de ander ook zover is. De ander laten winnen.


Voor wie deed ik dat eigenlijk? Waarom durfde ik niet de slimste te zijn? Ik was bang dat ik mijn geliefde af zou schrikken. Dat hij zich vernederd zou voelen, als ik hem de loef afstak. Of dat hij zou denken dat ik hem niet meer nodig had, als ik zelf alles zo goed wist. Blijkbaar vond ik mijn relatie op zo’n moment belangrijker dan eerlijk zijn over wie ik ben. Want hoe slim ik ook was, ik voelde me soms ook heel kwetsbaar. En dan had ik de behoefte om weg te kruipen en beschermd te worden. Ik heb wel eens verzucht dat ik mezelf zo klein zou willen maken dat ik in het borstzakje van mijn geliefde meegenomen kon worden. Veilig dicht bij zijn hart, ongezien voor de rest van de wereld.


Bij nader inzien is hier iets raars aan de hand. Alsof ik klein, dun, dom, zwak moet zijn om liefde en bescherming te verdienen. Natuurlijk ook lief en mooi, maar in mijn beleving hoorde dat allemaal bij elkaar. Het wordt ons al vanaf de kindertijd ongemerkt ingeprent via talloze sprookjes en verhalen waar we mee opgroeien en die ons als spiegel dienen. Als dromerig jong meisje wilde ik niets liever dan klein, lief, mooi en kwetsbaar zijn, om dan gered te worden door een sterke prins (al of niet op een wit paard). Het zit zelfs in onze taal. Want waarom zeggen we meisje en geen meid terwijl we wel jongen zeggen en geen jongentje?


Natuurlijk, er zijn verschillen, ook biologisch en psychologisch. En die wil ik niet wegmoffelen. Ik vind het heerlijk om vrouw te zijn. Maar het blijft een zoektocht: hoe kan ik verschillen omarmen zonder in destructieve patronen te vervallen?


Het lijkt erop dat iets in mij wil vasthouden aan die oude patronen. Want hoe rationeel ik hier ook over praat of schrijf, ik wil nog steeds niet de slimste, langste, zwaarste en sterkste zijn in een relatie. Of er moet toch in ieder geval iets anders, wezenlijks, tegenover staan. Ik ben er met mezelf over in conflict. Dat merk ik die enkele keer dat ik rondsnuffel op een datingapp. Misschien zullen die karrensporen wel nooit helemaal verdwijnen maar is het al winst dat ik ze ben gaan herkennen.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page