Pasen
- Francisca Flinterman
- 4 dagen geleden
- 3 minuten om te lezen
't is Pasen, zei de vink en sloeg een liedje van plezier
en de merel op het dak, in zijn beste zwarte pak,
zong ook al dat het Pasen was van tierelierelier.
En de klokken luiden luid boven alle vogels uit.
't Is Pasen, Alleluja.
Op paasochtend dringt dit vrolijke kinderliedje zich onherroepelijk aan mij op. Nog half dromerig lig ik het zachtjes te zingen in bed. In het volgende couplet steken de bloempjes hun kopjes in de lucht omdat de winter voorbij is. Wat een heerlijk liedje. Dit is hoe ik Pasen wil vieren: als een lentefeest. Een feest van het verdwijnen van kou en donkerte. Van lammetjes, kuikens, narcissen, paashazen en heel veel eieren.
Maar er hoort helaas nog een couplet bij. En dat dient zich, net zo onverbiddelijk, ook aan:
't Is Pasen overal, voor alle mensen klein en groot,
en met Pasen ieder jaar, dan vertellen wij elkaar
dat Jezus wonderbaarlijk is verrezen van de dood.
Hij kocht alle mensen vrij van de zond' en slavernij.
't Is Pasen, Alleluja.
Mijn blije gevoel is meteen weg. Daar is het weer: het verhaal van zonde en slavernij. Van schuld en verlossing. Een verhaal waarin er in mij iets fundamenteel niet deugt, en waarin een afschuwelijke dood nodig is om mij vrij te kopen. Laatst hoorde ik de MatthƤus Passion en werd ik opnieuw getroffen door de gruwelijkheid van dat verhaal. Hoe hebben we dit ooit een blijde boodschap kunnen noemen? Het is het geloof waarin ik ben opgegroeid.
Mijn hoofd heeft dit oude verhaal allang losgelaten. Ik geloof niet meer in een God buiten mij, die oordeelt en verlost. Ik herken me tegenwoordig meer in het idee dat alles wat is, ƩƩn geheel vormt ā dat wat wij God noemen (of het Al, of het Bewustzijn) niet buiten de wereld staat, maar de essentie is van alles wat groeit en ademt, misschien zelfs van de hele werkelijkheid.
Dat zegt en begrijpt mijn hoofd. Maar ergens, diep vanbinnen ā eerder in mijn buik dan in mijn hoofd ā zitten nog altijd weerbarstige restanten van het oude verhaal. En op onbewaakte momenten kunnen die ineens van zich laten horen. Soms is het mijn angst om iemand teleur te stellen of boos te maken. Soms een algeheel idee van tekortschieten. Soms ook zonder duidelijke aanleiding. Dan word ik overvallen door een vaag maar hardnekkig gevoel van schuld. Alsof ik iets verkeerd heb gedaan, zonder precies te weten wat. Daar krijg ik dan letterlijk buikpijn van. Het gebeurde me afgelopen week, zomaar ineens.
Maar vandaag niet.
āDe Heer is waarlijk opgestaan,ā zeg ik tegen poes Luna, die zich naast me lui uitstrekt in een streep zonlicht. Zij heeft geen last van zonde of verlossing. Voor haar is Pasen gewoon een rustige lentedag. Met misschien een extra lekker hapje. Ik benijd haar.
Maar hoezo āde Heerā? Het leven zĆØlf is weer opgestaan. Mijn magnolia staat weer in bloei, de blauwe regen staat in knop, overal verschijnen voorjaarsbloemen. Ieder jaar opnieuw dient het zich weer aan, na de periode van kou en stilte. Zonder oordeel en zonder prijs.
En ook ik ben opgestaan.
Ik sta op, zing nog een keer over de merel op het dak en de bloemen die hun kopjes opsteken, en geniet van het licht dat elke dag een beetje eerder verschijnt.
Ik ben waarlijk opgestaan



Wat heb je dit weer prachtig krachtig verwoord! De impact die oude verhalen nog steeds op ons kunnen hebben ook al hebben we inmiddels een heel andere kijk ontwikkeld.